engiflow
best available technology for the
safe & efficient handling of liquids
Nieuws
Nieuwe swivel joint PTFE
Voor de meeste agressieve vloei- stoffen is PTFE nog steeds het meest resistente materiaal. Hoge belastingen ...
Lees meer >>Bodemverlading
In de brandstofindustrie wordt al vele jaren bodemverlading volgens één wereldwijd erkende standaard toegepast. Dit is de API RP 1004 (American Petroleum Institute Recommended Practice). Deze norm waarborgt een snelle en veilige werkwijze voor het tegelijkertijd verladen van diverse brandstoffen. Gestandaardiseerde koppelingen en overvulbeveiligingen maken dit mogelijk. Door het gesloten systeem kunnen verplaatste dampen worden teruggevoerd.
Voor chemicaliën vindt er langzaam een verschuiving plaats van top- naar bodemverlading. Standaardisatie hiervoor is echter nog niet doorgevoerd. Hier zijn diverse redenen voor.
Bodemverlading: brandstoffen versus chemicaliën
Ten eerste zijn er maar vijf primaire minerale vloeistoffen. Deze hebben allen dezelfde toepassing als brandstof. Ten tweede zijn de tankwagens speciaal gebouwd om de brandstofdampen te regenereren en de vloeistofniveaus te monitoren. Hetzelfde geldt voor de apparatuur op de verladingstations. Deze is ontworpen om te "communiceren" met elke brandstoftankwagen die komt laden.
De chemische industrie daarentegen werkt met vele duizenden vloeistoffen en combinaties hiervan. Een gevolg is dat tankers meestal worden gehuurd voor het transport. Ze zijn niet speciaal geschikt gemaakt zijn voor het transporteren van deze vloeistof. Dampretourvoorzieningen zijn nauwelijks voorzien en overvul-beveiligingen niet ingebouwd. De voorzieningen voor het veilig verladen moeten dus aangeboden worden door de partij die de tanker belaadt.
Tenslotte kunnen bij brandstoffen tot 6 laadarmen aan de tankwagen gekoppeld worden om producten te verladen in de verschillende tankercompartimenten. Chemische tankers hebben meestal maar een enkel compartiment; er is dus ook maar één laadarmaansluiting nodig.








